| Ontslagrecht aanpakken getuigt van solidariteit |
|
|
|
| dinsdag, 02 oktober 2007 16:16 |
|
Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven het ontslagrecht aan te willen pakken. Doelstellingen daarbij zijn: het verhogen van de arbeidsparticipatie, eerlijker verdeling van sociale rechten tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt en het verhogen van de arbeidsmobiliteit.
Alledrie de doelstellingen zijn hard nodig. Nog steeds is de arbeidsparticipatie van ouderen, vrouwen, allochtonen en werknemers “met een vlekje” bedroevend laag. Nog steeds heeft de Nederlandse werknemer met een vast dienstverband de hoogste ontslagbescherming in Europa, terwijl de flexwerker in Nederland Europees gezien erg weinig bescherming heeft. Nog steeds verhinderen allerlei regels de mobiliteit op de arbeidsmarkt.
De partijen in Nederland die het hardst tekeer gaan tegen de kabinetsplannen, naast de parlementaire oppositie, zijn precies de partijen die de bovenstaande problemen veroorzaken: de vakbonden die nog slechts opkomen voor de belangen van de traditionele achterban: de oudere werknemer met een vast contract. De kosten hiervan worden keer op keer bij anderen neergelegd.
Een voorbeeld van bescherming van de insider, ten koste van de outsider, maar waar een insider ook niet gelukkig van wordt. In verschillende sociale plannen van de energie- en nutsbedrijven staan zeer riante regelingen voor overtallige werknemers. Ze worden jarenlang doorbetaald, krijgen vrijwel onbeperkte begeleiding naar nieuw werk zonder sancties. Het lijkt heel sociaal, maar heeft er in het recente verleden toe geleid dat veel werknemers na enkele jaren nog steeds op een plek zitten waar geen werk meer voor ze is. Ze tellen dan weliswaar mee in de CBS cijfers als werkend, maar dit is niet het type arbeidsparticipatie dat het kabinet wilde stimuleren. Deze beschermde werknemers hebben dan weliswaar inkomenszekerheid, maar daarvoor betalen ze met het inleveren van hun gevoel voor eigenwaarde en het inleveren van hun greep op hun leven. In de CAO’s van diezelfde sector staat daarentegen een bepaling dat werknemers met een tijdelijk contract onbeperkt een tijdelijke verlenging van hun contract kunnen krijgen. Voor hen is het hele ontslagrecht een wassen neus: na afloop van elk tijdelijk contract kunnen ze weer zonder een cent op straat worden gezet. Het is duidelijk wie er aan de CAO tafel zitten, wiens belangen worden verdedigd en wiens belangen worden verwaarloosd.
Een tweede voorbeeld dat elke vorm van mobiliteit in de weg staat: de VUT regeling in de overheids- en onderwijs sector laat jongeren meebetalen aan riante VUT regelingen van medewerkers geboren voor 1950. Ook de tijdelijke kenniswerker aan de universiteit bijvoorbeeld, van wie van tevoren vaststaat dat hij hier slechts enkele jaren zal zijn.
Degene die hiervan profiteert is bijvoorbeeld de hoogleraar die tot een maand voor z’n pensioen doorwerkt en dan met de VUT gaat. De voltallige 3 x 70 % =210 % jaarsalaris van z’n VUT minus de ene maand VUT uitkering wordt opgeteld bij diens pensioen. Zonder deze VUT regeling had die misschien wel tot z’n pensioen of langer doorgewerkt. Hier is dus allerminst sprake van solidariteit met de versleten arbeider maar bekostiging van het Zwitserleven gevoel van ouderen door jongeren. Om dit soort perverse solidariteit te betalen verliest de jongere een groot deel van het voor hem gereserveerde pensioengeld als hij de overheidsdienst verlaat. Ook al geen prikkel voor de arbeidsmobiliteit.
Vakbonden komen op voor de belangen van hun achterban, en dat is hun goed recht. Dat die achterban niet representatief meer is voor de werkende bevolking, ervaren de bonden zelf ook als een probleem. En laten we eerlijk zijn, deze achterban bestaat uit degenen die het meest te verliezen hebben bij een eerlijker verdeling tussen insiders en outsiders.
Dat deze bonden desondanks nog steeds de Nederlandse economie in een houdgreep houden, valt echter de overheid te verwijten. In plaats van steeds weer te buigen voor het gestaalde kader, doet de overheid er goed aan om het initiatief naar zichzelf toe te trekken, minder macht neer te leggen bij de traditionele bonden en meer oog te hebben voor de positie van de veel minder sterk georganiseerde outsiders.
De overheid houdt met het toekennen van zoveel macht aan de paar grote vakbonden een onrechtvaardige verdeling van zekerheden en risico’s in stand. Ze buigt daarmee voor gevestigde belangen, en laat mensen zonder rechten zitten. Een van de manieren om meer rechtvaardigheid op de arbeidsmarkt te bewerkstelligen is het moderniseren van het ontslagrecht. Dat is overigens slechts een klein onderdeel van de hervormingen die nodig zijn als we daadwerkelijk iedereen dezelfde kansen willen geven om zelfstandig een inkomen te verwerven.
Vakbonden zijn ontstaan om te vechten voor arbeiders die weinig rechten hadden. Ze zijn daarin buitengewoon succesvol geweest waardoor de arbeiders van toen nu goed beschermde insiders zijn geworden.
Nu, ruim een eeuw na het ontstaan van de vakbeweging, is er overduidelijk een andere situatie is ontstaan, die echter net zo oneerlijk is als de uitbuiting van arbeiders honderd jaar geleden.
Laten de vakbonden nu wederom vechten voor degenen met weinig rechten, en niet meer voor degenen die hun schaapjes op het droge hebben.
|