| Oude reflexen vervangen door nieuwe inzichten |
|
|
|
| vrijdag, 30 januari 2009 12:10 |
|
Vrijwel alle grote pensioenfondsen verkeren in zwaar weer. Dekkingsgraden zijn gedaald van rond de 140 % naar nog geen 90 %. De vier grootste fondsen hebben samen 70 miljard Euro verloren, omgerekend komt dat neer op 24.000 Euro per deelnemer.
Slechts nieuws als dit betekent altijd dat op oude reflexen wordt teruggegrepen: veilig en vertrouwd.
Zo roepen pensioenfondsen en vakbonden al dat de lopende pensioenuitkeringen niet in gevaar komen, want de gezamenlijke premie-inkomsten liggen nog altijd hoger dan de totale pensioenuitkeringen. Over de pensioenen van de huidige en toekomstige generaties werkenden hoor je ze nauwelijks.
Zo hebben verschillende fondsen en lobby-organen al laten weten dat de drie jaar die ze hebben om de zaken op orde te krijgen moet worden opgerekt. Anders gezegd, noodzakelijke maatregelen als korten op de huidige pensioenuitkeringen durven ze niet aan, liever schuiven ze de problemen door naar jongeren. Dat ze heel precies wisten waar ze aan toe waren, vergeten ze even voor het gemak.
Ook gehoord: het ligt niet aan de pensioenfondsen, maar aan de uitzonderlijke financiële crisis waar we nu in zitten. Dichter bij de waarheid is dat veel fondsen het rente-risico niet hebben afgedekt, zo is bij het ABP het verlies voor twee derde te wijten aan het niet indekken van het renterisico.
Tenslotte maken ook de eighties een comeback: De FNV komt met het vernieuwende idee van vervroegd uittreden.
De redenen van deze reflexen liggen erin, dat vrijwel uitsluitend ouderen beslissen over de te nemen maatregelen: vakbonden en pensioenfondsbesturen. Een logisch gevolg is dat weer voornamelijk de belangen van ouderen worden verdedigd. Jongeren zijn niet vertegenwoordigd in de betreffende gremia en worden dus niet gehoord. Om de pensioenen vergrijzingsbestendiger te maken, dienen er echter andere maatregelen genomen te worden.
Ten eerste, de norm van 70 % van het loon loslaten. Zolang Nederland een buitenbeentje blijft met het kapitaaldekkingssysteem en dus verhoogd gevoelig is voor de financiële markten moet het ook bespreekbaar worden om de rol van het staatspensioen te verhogen en de rol van het kapitaaldekkingssysteem te verkleinen.
Ten tweede, het korten op de huidige uitkeringen. Door de versoberingen van de afgelopen jaren hebben huidige generaties werkenden al veel lagere vooruitzichten. Bovendien is het verder verhogen van de toch al hoge pensioenpremies niet alleen onverantwoord, het zet ook nauwelijks zoden aan de dijk.
Ten derde, de indexatie van de lopende uitkeringen nooit hoger laten zijn dan de inflatie. Er is immers geen enkele reden om daar de arbeidsproductiviteit bij te betrekken: gepensioneerden zijn vooral gebaat bij koopkrachtbehoud.
Ten vierde, langer doorwerken. Op den duur onvermijdelijk. Uitstel komt ten goede aan de babyboomers en maakt het alleen erger voor de rest.
Ten vijfde, het bespreekbaar maken van demotie. Ouderen zijn de grootste kostenpost vanwege de hoge loonkosten. Kennelijk vindt iedereen het normaal om die ouderen dan maar helemaal af te serveren, maar het gesprek aangaan over een lagere beloning is ineens een taboe.
Ten zesde, het afschaffen van de doorsneepremie. De doorsneepremie is al een behoorlijke subsidie van jongeren naar ouderen, die kan eruit gehaald worden met behoud van alle andere collectieve aspecten.
Ten zevende, het mogelijke maken de premies te verlagen zonder dat de eventuele kortingen op de lopende uitkering van de afgelopen tien jaar ongedaan zijn gemaakt. Dit is een enorme overbescherming van gepensioneerden.
Als deze maatregelen niet genomen worden, zullen de komende tien, twintig jaar steeds de regelingen stukje bij beetje worden bijgeschaafd. De financiele crisis mag dan misschien met een paar jaar overwaaien, de vergrijzing en ontgroening doen dat niet.
|