| Advies structurele maatregelen |
|
|
|
| woensdag, 25 februari 2009 13:21 |
|
Zijne excellentie Minister Donner
Excellentie,
Gaarne brengen wij een aantal punten onder uw aandacht, die naar onze mening sterk bijdragen aan het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van flexwerkers en hun werkzekerheid en inkomenszekerheid. We hanteren hier het woord flexwerkers in een ruime zin: alle werkenden die niet werken volgens een standaard vast contract bij een werkgever voor wie ze werkzaam zijn. Hieronder vallen dus uitzendkrachten, tijdelijke contractanten, oproepkrachten, payrollkrachten, en zzp’ers.
De huidige recessie legt pijnlijk bloot dat veel flexwerkers een relatief kwetsbare positie hebben in onze maatschappij.
We herinneren u eraan dat Nederland enerzijds het hoogste percentage flexwerkers kent in Europa, en anderzijds in OESO verband de hoogste bescherming van vaste contracten. Het verband tussen beide is duidelijk: vanwege onder meer de starheid van het vaste contract, vanwege de toegenomen behoefte aan flexibiliteit bij werkgevers, vanwege de individualisering van de samenleving, worden flexibeler werkvormen ontwikkeld. In andere landen uit zich dat in een flexibilisering van het standaard contract. In Nederland uit zich dat in de groei van het aantal flexwerkers. Dit is problematisch aangezien onze sociale zekerheid en arbeidsrecht zijn gemodelleerd naar het vaste contract. Dit is des te meer problematisch omdat het voornamelijk jongeren, vrouwen en allochtonen betreft.
Als voorbeelden noemen we: de referte-eis in de WW, het verkrijgen van een hypotheek, het opbouwen van een fatsoenlijk ouderdoms- en nabestaandenpensioen, de Flexwet, het ontslagrecht etc.
Wij dringen er bij u op aan om de huidige recessie aan te grijpen voor een structurele wijziging van onze sociale zekerheid en arbeidsrecht. Het uitgangspunt dient te zijn: de (basale) sociale zekerheid is niet afhankelijk van vorm van de arbeidsrelatie, maar van de arbeid. Speciale aandacht van deze nieuwe sociale zekerheid dient uit te gaan naar werkzekerheid. Wij definiëren werkzekerheid als de zekerheid om aan het werk te komen of te blijven, en naar beter werk door te stromen. Daarmee hebben we het ook over werklozen die werk willen vinden en flexwerkers die na verloop van tijd een beter contract willen, of werknemers die zich verder kunnen ontwikkelen in een nieuwe baan/werk. Het vergroten van werkzekerheid dient daarmee niet alleen het belang van de flexwerker. Het dient op langere termijn ook het belang van de werknemer met een standaard contract.
Concreet stellen wij de volgende zaken voor:
1. Zet werk centraal, en niet langer het werknemerschap in vaste dienst. Ga uit van de relatie van de werkende tot zijn of haar arbeid. Vereenvoudig de regelgeving rondom zelfstandigen, bied hun werk- en inkomenszekerheid en stimuleer het ondernemerschap onder (ontslagen) werknemers.
2. Dwing de sectorale scholingsfondsen om hun gelden nu in te zetten voor scholing van werkenden en werkelozen in de sector. De inzet moet niet beperkt blijven tot scholing binnen de sector, omscholing moet juist expliciet bevorderd worden.
3. Voer een verhoging van de AOW leeftijd in Gebruik een deel van de besparing om de AOW uitkering te verhogen. Hierdoor kunnen de pensioenpremies omlaag en wordt Nederland minder kwetsbaar voor de kapitaalmarkten.
4. Bevorder het gebruik van deeltijdpensioenen. Veel werkenden willen na hun zestigste wat minder werken, zonder meteen achter de geraniums te gaan zitten. Deeltijdpensioen houdt mensen bovendien betrokken bij de arbeidsmarkt, wat het effect van de verwachte tekorten op de arbeidsmarkt op lange termijn kan verzachten.
5. Moderniseer het ontslagrecht. Uitgangspunt blijft bescherming van werknemers, maar de nadruk komt op het vinden van nieuw werk in plaats van op het belonen van inactiviteit.
6. Creëer een nieuw arbeidscontract. Eenvoudiger opzegbaar door beide kanten, met investeringsplicht door de werkgever die tijdig, gedurende de hele loopbaan, nageleefd moet worden. Leg een wederzijdse inspanningsverplichting door scholing of ontwikkeling vast in het arbeidscontract. Maak van de kantonrechtersformule een beperkte uitkering die begint te lopen bij ontslag, op een dusdanige manier dat bij het vinden van ander werk, het restant van de uitkering gedeeld wordt tussen werknemer en oud-werkgever. Een dergelijk systeem is bijvoorbeeld gangbaar in Oostenrijk werkt goed. Op deze wijze hebben beide partijen baat bij een snelle overgang op ander werk. Laat alle huidige arbeidscontracten naar dit contract toegroeien.
7. Beperk de inzet van werktijdverkorting. Het middel is bedoeld als zeer tijdelijke ingreep. Voor veel bedrijven is het bovendien uitstel van executie. Tenslotte komt werktijdverkorting alleen ten goede aan vaste contractanten.
Van de vakbonden mag zeker loonmatiging hiervoor in de plaats worden gevraagd, zeker met de huidige lageinflatie.
Het reeds genomen besluit om de pensioenfondsen een beperkte uitstel te verlenen mits solidariteit van oud met jong wordt beleden ondersteunen wij. |