AVV logo

Alternatief voor Vakbond

Pensioenen en de generatiekloof PDF Afdrukken E-mail
maandag, 08 juni 2009 11:53
AddThis Social Bookmark Button
Jongeren, en in de context van pensioenen is dat iedereen onder de vijftig, wordt vaak verweten dat zij geen interesse hebben voor het onderwerp pensioen, en dat zij daarom slecht vertegenwoordigd zijn in de gremia waar over pensioenen wordt onderhandeld en besloten. Ik zou bijna willen zeggen, was het maar waar. Dan zouden jongeren die wel interesse hebben met open armen worden ontvangen. De werkelijkheid is namelijk dat er alles aan gedaan wordt jongeren juist weg te houden bij de pensioenfondsen, met name de bedrijfstakpensioenfondsen.
 
Zeggenschap
De zeggenschapsstructuur van pensioenfondsen hangt af van het type fonds. Bij de bedrijfstakpensioenfondsen (waar 80 procent van de werknemers onder valt) zitten de werkgevers en de vakbonden in het bestuur, bij de ondernemingspensioenfondsen de werkgever en de werknemers en bij de beroepspensioenfondsen de deelnemers. Bij de laatste twee hebben dus alle deelnemers een actief en een passief kiesrecht voor het bestuur van het fonds. Bij de bedrijfstakpensioenfondsen bepalen vakbondsbestuurders wie de bestuurders worden. Dit is een bijzonder vreemd gegeven, aangezien alle drie de typen pensioenfonds exact dezelfde doelstelling hebben: het verzorgen van een goed pensioen tegen een redelijke prijs. Bovendien zijn in beginsel alle deelnemers van bedrijfstakpensioenfondsen verplicht aangesloten en verplicht de premie af te dragen die door het bestuur wordt vastgesteld. Doorgaans geldt in Nederland het principe dat verplichtingen ook leiden tot inspraak, zoals bij de verschillende overheidslagen en bij de waterschappen. Hier wordt om onduidelijke redenen van dit principe afgestapt.
De wetgever heeft dit overigens ook opgemerkt en om die reden de instelling van deelnemersraden verplicht gesteld met het expliciete doel de deelnemers inspraak te geven in het bestuur van de fondsen. Wederom is dit orgaan afwijkend ingevuld door de bedrijfstakfondsen. Daar, waar de twee andere typen fondsen alle (al dan niet actieve) deelnemers actief en passief kiesrecht toekennen voor de deelnemersraad, hebben de bedrijfstakpensioenfondsen ervoor gekozen om de vakbonden die in het bestuur zitten de leden van de deelnemersraad te laten benoemen. Als zeggenschapsstructuur is dit een onding.
De conclusie luidt dat de zeggenschapsstructuur van de bedrijfstakpensioenfondsen ondermaats geregeld is.
Dit is des te ernstiger wanneer men bedenkt dat de vakbonden in de besturen een sterk vergrijsd ledenbestand hebben, waardoor ze niet meer representatief zijn en regelingen afsluiten die voornamelijk ouderen bevoordelen.
 
Transparantie
Dan komen we bij de (in)transparantie van het pensioensysteem. De wet vereist transparantie, dat wil zeggen dat duidelijk wordt wat de risico’s zijn en bij wie die terechtkomen. In de huidige situatie is dat volkomen onduidelijk. Nog altijd prijzen de vakbonden bijvoorbeeld middelloonregelingen aan met de mededeling dat daarbij het risico bij de werkgever ligt. De huidige crisis en de reactie van de pensioenfondsen daarop laten zien dat de echte risico’s gedragen worden door de deelnemers, en met name door de jonge deelnemers. Immers, het ‘afstempelen’ (korten op de uitkeringen) wordt door pensioenfondsen als het uiterste middel beschouwd, terwijl er nu al wordt gesproken over het versoberen van de regelingen. Versoberen betekent: de huidige opbouw blijft staan, en de toekomstige opbouw wordt minder, waarschijnlijk wel tegen een hogere premie. Dus hoe jonger, hoe soberder. Deze oplossing is ook al gekozen bij de dotcomcrisis in 2003 en bij de invoering van de wet VPL (vut, prepensioen en levensloop) in 2006.
 
Solidariteit
Dit maakt ook meteen duidelijk waarom pensioenfondsen intransparant zijn. Transparantie ondergraaft namelijk de vermeende solidariteit in het pensioenstelsel. “Grotere transparantie kan grote gevolgen hebben voor de houdbaarheid van het stelsel aangezien veel solidariteit (in pensioensystemen) bestaat bij de gratie van onwetendheid”, zeggen Van der Lecq en Steenbeek, die dit namens de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen onderzochten. 
Die solidariteit wordt steevast genoemd als pijler onder het pensioensysteem, zonder dat duidelijk wordt wat daaronder precies wordt verstaan. Zonder al te technisch te worden, is het vrij eenvoudig om onderscheid te maken tussen kanssolidariteit en subsidiesolidariteit. Bij kanssolidariteit weet je niet van te voren wie profiteert en wie betaalt –zoals bijvoorbeeld bij een brandverzekering, bij subsidiesolidariteit weet je precies van te voren wie betaalt en wie ontvangt. Grosso modo kunnen we wel stellen dat de grootste subsidies terechtkomen bij ouderen met een langdurige loopbaan in dezelfde sector. Dit is precies de achterban van de vakbonden. Deze subsidies zijn simpelweg een eenzijdige vorm van belangenbehartiging. Het komt erop neer dat de premies van jongeren grotendeels gebruikt worden voor de financiering van de pensioenen van hun oudere collega’s. Om een realistisch voorbeeld te geven: stel de premie bij een middelloonregeling is 18 procent. Deze 18 procent wordt ingehouden op het loon van alle werknemers. Echter, hiervan wordt 5 procent bijgeschreven bij een 19-jarige en 29 procent bij een 60-jarige. In andere landen is deze ongelijke behandeling verboden, in Nederland daarentegen vrijwel verplicht. Deze systematiek wordt door veel economen zoals Lans Bovenberg en Bas Jacobs, gezien als de bron van perverse solidariteit. Er is een eerlijker alternatief voorhanden waarin de wèl gewenste kanssolidariteit overeind blijft, zoals bijvoorbeeld de solidariteit voor het lang-leven risico of het collectieve beleggen. Bijkomend voordeel van dit alternatief is dat het veel simpeler uit te leggen valt.
 
Dartelende gepensioneerden
Ondertussen buitelen de pensioenfondsen over elkaar heen in hun streven om het belang van transparantie te benadrukken. Ik geef een paar citaten en voorbeelden. Pensioenfondsen hebben de pensioenen steevast als zekerheden gecommuniceerd. Dat is eenvoudig, want behalve een handjevol deskundigen snapt niemand iets van de pensioensystematiek. Ga maar na: volgens onderzoek van De Nederlandsche Bank missen de meeste mensen zelfs basale financiële kennis over zaken als rente en inflatie, dus een regeling die actuariële scholing veronderstelt is helemaal abracadabra. Veel pensioenfondsen versterken dit onbegrip en het geloof in zekerheden door hun communicatie. Fondsen vergeten te vermelden dat er simpelweg jarenlang te weinig premie is betaald, terwijl de indexatie als zekerheid is gepresenteerd. Veel glossy pensioenfolders staan bol van plaatjes van door Alpenweiden dartelende gepensioneerden. Uitkeringen worden benoemd als ‘rechtens afdwingbaar’. Zelfs nu nog, terwijl veel fondsen jarenlang niet kunnen indexeren schrijft bijvoorbeeld de ABVAKABO op zijn site, dat pensioenen niet in gevaar zijn. Saillant detail hierbij is wel dat de dezelfde vakbonden die met hun pensioenpet op business as usual voorspellen, in Europees vakbondsverband juist hel en verdoemenis prediken: ze voorzien een “financial meltdown” in een “Europe torn apart by financial markets”.
Gelukkig zijn er ook enkele deskundigen, die de vinger op de zere plek leggen. Zo zei Ina Sjerps, die namens de overheid onderhandelaar was voor de pensioenregeling bij het ABP al in mei 2006 in een interview in Volkskrant Banen: “De mensen wordt een beter pensioen voorgespiegeld dan ze wellicht zullen krijgen. Ze lopen risico’s die we ze niet duidelijk vertellen.” Haar opvolger Hugo Levie in mei 2009 tegen dezelfde krant: “Jongeren accepteren de gang van zaken omdat ze onwetend zijn.” En hoogleraar openbare financiën Harrie Verbon zei in december 2008 in Het Financieele Dagblad “dat pensioenfondsbesturen zelfs nu ze echt midden in de zondvloed zitten, de problemen blijven ontkennen.”
 
Uitsluiten van partijen
De subsidiesolidariteit in het pensioensysteem is aantoonbaar eenzijdige belangenbehartiging. Dat wordt in stand gehouden door het gebrek aan transparantie. Die intransparantie is er niet voor niets. De direct betrokkenen willen helemaal geen transparantie, omdat die een bedreiging is voor het systeem waarmee ze met name jongeren onwetend houden, en waar ouderen bovendien sterk van profiteren. Deze praktijk kan blijven bestaan bij de gratie van het uitsluiten van partijen die wel transparantie willen, zoals het AVV. Wij eisen daarom een plek in de pensioenfondsbesturen. Het kan niet zo zijn degenen die profiteren vertegenwoordigd zijn aan de cao-tafels en in de pensioenfondsbesturen, terwijl de jongeren de rekening betalen.
 
 
 
Banner
AVV.NU
over deze website | sitemap | admin | © AVV 2012