AVV heeft zijn eerste CAO gesloten, samen met een nieuwe vereniging in de uitzendbranche, de Nederlandse Vereniging van Uitzend- en Bemiddelingsbedrijven (NVUB). Deze CAO verschilt van andere CAO's in de uitzendbranche, omdat uitzendkrachten sneller een contract voor onbepaalde tijd krijgen.
AVV sluit eerste CAO: beter voor uitzendkrachten
Zo'n 50 a 60% van de uitzendkrachten vindt via het uitzendwerk een baan bij de inlener. Van de overigen krijgt een heel klein gedeelte een vast contract bij het uitzendbureau, het overgrote deel blijft hangen in een draaideurconstructie, waardoor ze nooit sociale zekerheid opbouwen.
Dit proces ligt aan de structuur van de bestaande CAO's in de uitzendwereld. De bestaande CAO's voorzagen in een fase-constructie. In de eerste drie fasen, die bij de ABU CAO 3 jaar duurt en bij de NBBU CAO 3,5 jaar, heeft de uitzendkracht een contract zonder veel zekerheid. Pas daarna kan de uitzendkracht een vast contract krijgen. De Flexwet en de CAO schrijven namelijk voor dat na die periode elk contract automatisch een vast contract is.
Het is speciaal met het oog op deze kwetsbare groep dat wij een CAO hebben afgesloten: de uitzendkrachten die normaliter geen vast contract krijgen en keer op keer in de draaideur verdwijnen en weer van voren af aan mogen beginnen.
De CAO van het NVUB er als volgt uit. Fase een duurt een half jaar. Fase twee duurt ook een half jaar, en de uitzendkracht begint met pensioenopbouw. Na een jaar start fase drie, waarin de uitzendkracht een vast contract krijgt, inclusief de sociale zekerheidsarrangementen. Fase drie kan eindigen als er geen opdrachten meer zijn: dat is het uitzendbeding.
De uitzendonderneming moet bij gebruikmaking van het uitzendbeding in fase drie een zogeheten aanzegtermijn in acht nemen, waarmee het einde van de uitzendovereenkomst wordt opgeschort. Elk jaar in fase drie bouwt de uitzendkracht een maand aanzegtermijn op. Gedurende de aanzegtermijn heeft het uitzendbureau een loondoorbetalingsverplichting. Tevens krijgt de uitzendkracht -na twee jaar in dienst te zijn geweest- bij ontslag een ontslagvergoeding mee van een bruto maandsalaris.
Het voordeel voor de uitzendkracht is dat hij hiermee wel sociale zekerheid opbouwt, terwijl dat in de fase 1, 2 en 3 van de huidige CAO's niet of nauwelijks het geval is. We hebben getracht die sociale zekerheid zoveel mogelijk te laten lijken op die van een normaal vast contract.
Wat we hiermee in feite doen is het creëren van een nieuw type arbeidsovereenkomst. Eentje tussen een vast contract en een draaideur in, een bruggetje voor de uitzendkracht voor wie het vaste contract een stap te ver is.
Uiteraard hebben we alle betrokken uitzendkrachten de mogelijkheid geboden om te stemmen over de concept-cao of ze nu lid zijn van AVV of niet. Aangezien het een nieuwe werkgeverorganisatie betreft waren er nog maar weinig betrokken uitzendkrachten. Dat doet aan het principe echter niets af. De uitkomst gaf aan dat de uitzendkrachten deze cao massaal ondersteunen. |