Het Sociaal Akkoord 2017

18-07-2017

Het sociaal akkoord 2017. En nu aan het werk.

Met een aantal radicale voorstellen schudden ondernemersorganisatie ONL en vakbond AVV de polder op. Om de kloof tussen vast en flex nu eindelijk te verkleinen en een leven lang leren gewoon eens te regelen. Het nieuwe kabinet moet aan de slag met unusual suspects.

Er is een nieuw sociaal akkoord. Dat is nodig omdat het vorige akkoord niet de gewenste doelen bereikte. Flexwerkers kregen minder zekerheid, ontslag werd nog strikter en van een leven lang leren is nog steeds niets gekomen. Een van de redenen waarom dat akkoord van 2013 niet werkte was dat er geen rekening werd gehouden met het kleinbedrijf. 93% van de ondernemingen in Nederland heeft tussen de 1 en 50 werknemers, en niet een HR-afdeling of een batterijtje juristen rondlopen. Het gaat om ondernemers die dagelijks met hun werknemers door de deur gaat en lief en leed deelt. De lasten en kosten voor werkgeverschap zijn door het sociaal akkoord 2013 aanmerkelijk verhoogd voor de kleine werkgever. Daarom zijn zij huiverig om mensen aan te nemen. Zo werden veel werknemers geraakt, die niet meer aan een (vaste) baan konden komen. Dat akkoord werkt dus niet.

Het akkoord dat wij hier voorstellen houdt wel rekening met de situatie van kleine bedrijven, en verbetert de rechten van flexwerkers. We presenteren dit aan het kabinet, met de aanbeveling om bij de uitwerking veel meer belanghebbenden te betrekken. Het energieakkoord is zo ook tot stand gekomen, en dat akkoord wordt veel meer gedragen. Wij zijn voor de overlegeconomie, maar tegen de huidige polderpartners, omdat zij niet representatief zijn voor de werkenden in het Nederland van nu.

In het kort een aantal voorstellen

WWZ: compenseer de flexwerker

Werknemers met een tijdelijk contract, de flexwerkers dus, zijn nu aan alle kanten de sjaak. Ze liggen er na twee contracten uit, bouwen door de referte-eis nauwelijks ww op en hebben ook geen recht op een transitievergoeding. Dan hebben we het niet eens over scholing gehad. We draaien dat allemaal om. Een flexwerker bouwt vanaf dag een ontslagvergoeding op. Dat gebeurt degressief: hoe korter het contract, hoe meer hij of zij opbouwt. Dat maakt het aanbieden van korte contracten duurder voor de werkgever. Aan de andere kant: het aanbieden van een vast contract wordt goedkoper. Zo verkleinen we het kostenverschil tussen vast en flex, maar belangrijker nog, compenseren we de flexwerker voor de flexibiliteit. De ketenbepaling wordt veranderd als het aan ons ligt. Na anderhalf jaar volgt een vast contract. Langdurige tijdelijke contracten mag ook, van minimaal vier tot maximaal zeven jaar. De afkoelperiode tussen twee ketens gaat weer terug naar drie maanden. Zo kan een werkgever ook voor de duur van een project mensen aannemen. Handig voor in de bouw, maar ook voor wetenschappelijke projecten, waar nu de idioterie bestaat dat onderzoekers wel geld voor een project binnenhalen, maar vanwege de wet er niet zelf aan mogen werken.

Apart ontslagregime voor kleinbedrijf

Ontslag zou soepeler en goedkoper worden, kwamen de polderpartners in 2013 overeen. Dat eerste is niet gebeurd, en het tweede geldt alleen voor grote bedrijven, die met de vaste transitievergoeding inderdaad goedkoper af zijn. Voor kleine bedrijven zijn de lasten enorm verhoogd. Werknemers merken dat doordat ze minder vaak een vast contract krijgen, vaker worden gevraagd als zzp'er hun diensten te leveren en de oudere werkzoekende komt nog steeds niet aan de bak. Dat moet anders, althans voor het kleinbedrijf. Als het slecht gaat met een bedrijf en er mensen uit moeten kan dat via het UWV. Vroeger hoefde een werkgever dan niets te betalen en kreeg de werknemer een WW-uitkering. Nu moet in alle gevallen een transitievergoeding betaald worden. Dat is voor een bedrijf met tien werknemers in zwaar weer niet te betalen, en soms moeten er zelfs meer werknemers uit, om maar de vergoedingen te kunnen betalen. Dat was niet de bedoeling. Wij maximeren de vergoeding voor het kleinbedrijf tot twee maanden salaris.

Als er andere redenen zijn om de werkrelatie te beëindigen ga je naar de kantonrechter, hoor en wederhoor is een groot goed in onze rechtsstaat. Maar net als in een huwelijk: als een van de partijen echt niet meer wil is de relatie over. Voor een kleine werkgever is dat precies de situatie: als de twee niet meer door een deur kunnen moet je niet verplicht worden met elkaar te blijven samen werken. De kantonrechter hoort zowel werknemer als werkgever aan en bepaalt dan een billijke vergoeding voor de gewezen werknemer. Let wel: dit is alleen een route voor het kleinbedrijf, waar de relaties tussen werkgever en werknemer veel inniger zijn. Het grootbedrijf heeft bij monde van VNO-NCW de huidige formule zo afgesproken en kan blijkbaar prima uit de voeten met de huidige wet.

Loondoorbetaling bij ziekte

Hier kunnen we kort over zijn, ook omdat bijna iedereen inziet dat twee jaar lang loon doorbetalen voor een zieke werknemer te veel is voor bedrijven en het aannemen van werknemers bemoeilijkt. Dat risico moeten we weer collectief delen. Na een jaar betalen we de zieke werknemer weer uit de collectieve pot. Kleine werkgevers betalen de eerste zes weken, en kunnen de periode tot een jaar ook weer collectief verzekeren. Zo zorgen we dat de pech die een werknemer overkomt niet ook nog een klein bedrijf in de problemen brengt. De werknemer die ziek wordt merkt er niets van, die behoudt dezelfde rechten. In de praktijk wordt er geen onderscheid gemaakt tussen werkgevers die investeren in arbeidsomstandigheden en het welzijn van medewerkers en werkgevers die hier niets aan doen. Goed werkgeverschap wordt beloond, werkgevers die veel investeren in de arbeidsomstandigheden en de gezondheid van medewerkers hoeven minder bij te dragen dan werkgevers die hier geen aandacht aan besteden. Middels een premiedifferentiatie wordt goed werkgeverschap ten aanzien van gezondheid en arbeidsvoorwaarden beloond.

In het sociaal akkoord staan ook voorstellen over pensioen, cao’s en over het beperken van onwenselijk gebruik van het verlicht ontslagregime bij payroll, Het nieuwe kabinet kan wat ons betreft aan de slag, en betrekt dan andere relevante partijen bij de omzetting in wetgeving. Ook staat de vraag centraal of de wetten begrijpelijk en uitvoerbaar zijn. Dat wordt wel eens vergeten als met de beste bedoelingen mooie compromissen worden gesmeed.

Contact

Op werkdagen kunt u ons van 9:00 tot 17:00 uur telefonisch bereiken.