Wat is het verschil tussen AVV en andere bonden?
AVV is de enige vakbond die ook niet-leden laat stemmen voor een cao. Wij noemen dit het ‘draagvlakmodel’ als oplossing voor het teruglopende ledental bij traditionele vakbonden. Het draagvlakmodel verbreedt de invloed van vakbonden naar niet-leden en voorkomt dat een niet-representatief deel van de werknemers de inhoud van een cao bepaalt.
Waarom laat AVV ook niet-leden stemmen?
AVV heeft hiervoor gekozen bij de oprichting in 2005, en dit principe statutair vastgelegd. De reden is dat het aantal vakbondsleden al zo’n dertig jaar daalt. Nog maar 15% van de werknemers is lid van een vakbond. Bovendien is de organisatiegraad erg scheef verdeeld over de sectoren: er zijn sectoren met nog steeds een relatief hoge organisatiegraad zoals de havens of Hoogovens, maar er zijn steeds meer sectoren met heel erg lage organisatiegraden, soms van onder de 5%, zoals de (detail)handel of de horeca. In die sectoren bepaalt volgens het traditionele model 5% van de werknemers wat de andere 95% krijgen. Wij vinden dat vakbonden naar groter draagvlak onder de werknemers moeten zoeken.
Hoe kijkt de SER tegen het draagvlakmodel aan?
In 2013 heeft de SER op verzoek van het ministerie van SZW een advies uitgebracht onder de titel ‘Verbreding draagvlak cao-afspraken’. Hierin adviseert de SER het ‘betrekken van (alle) werknemers bij het cao-overleg’. Expliciet wordt hier niet alleen bedoeld het peilen van wensen vooraf, maar ook ‘aan het eind van het traject (hoe beoordeelt men het resultaat?)’. Het betreft een unaniem advies, dus ook de in de SER vertegenwoordigde vakbonden (FNV, CNV, VCP/Unie) delen deze mening. AVV is echter op dit moment de enige vakbond die dit ook daadwerkelijk doet.
Hoe kijkt de Stichting van de Arbeid tegen het draagvlakmodel aan?
Op 16 oktober 2025 bracht de Stichting van de Arbeid, (waar VNO-NCW, MBK Nederland, FNV en CNV in zitten), een advies uit aan decentrale cao-partijen. Hierin schrijft de Stichting allereerst: ‘Het blijft essentieel om het draagvlak voor cao’s minimaal in stand te houden en liefst te vergroten, zeker in sectoren waar het sluiten van cao’s minder voor de hand ligt. Daarvoor is het noodzakelijk dat cao-afspraken aansluiten bij de behoeften van een grote groep werknemers en werkgevers’. Om dit te bewerkstelligen, adviseert de Stichting het volgende aan alle decentrale cao-partijen: ‘Cao-partijen worden verzocht te bevorderen dat in het cao-traject alle werknemers in een bedrijf of sector (dus ook niet-leden) meegenomen worden in het cao-proces.’ Het heeft dus even geduurd, maar nu zien al deze (institutioneel georganiseerde) sociale partners dat draagvlak gebaat is bij het betrekken van niet-leden.
Hoe kijkt de overheid tegen het draagvlakmodel aan?
De overheid steunt de door AVV ingezette lijn. De dalende ledenaantallen zijn al jarenlang onderwerp van zorg voor de overheid en de sociale partners. De overheid heeft al in 2012 het volgende opgemerkt:
‘In feite ontleent de vakbeweging haar legitimatie niet primair aan het aantal leden. Dit past bij het uitgangspunt dat de vakbeweging in Nederland zich opstelt in het algemeen belang van de sector en van het land. Met een dergelijke opstelling is de vakbeweging (ongeacht het aantal leden) van betekenis voor de (tripartiete) coördinatie van het sociaaleconomisch beleid en het zo goed mogelijk laten functioneren van de arbeidsmarkt.’ Even verderop schrijft de overheid: ‘de actieve opstelling van cao-partijen dient ook tot uiting te komen in het zoveel mogelijk betrekken van alle werknemers in de sector, zowel leden als niet-leden.’
Het kabinet Jetten gaat nog een forse stap verder. In het regeerakkoord van 30 januari 2026 staat: ‘De collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is en blijft een belangrijke pijler onder arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Daarom vinden we het belangrijk om het draagvlak voor cao’s te vergroten en het instrument te moderniseren. (…) Ook kijken we (…) naar het breder betrekken van niet-vakbondsleden waarbij we concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. Het advies van de Stichting van de Arbeid inzake cao’s dient hierbij als vertrekpunt.’
Conclusie draagvlakmodel
AVV constateert met droefenis dat de noodzaak tot het doorvoeren van innovatie om draagvlak te behouden onder cao’s alleen maar groter is geworden. AVV constateert echter ook op grond van de adviezen van de SER en de Stichting van de Arbeid en het regeerakkoord Aan de slag, dat het model, dat AVV zelf al in 2005 heeft bedacht en ingevoerd, nu algemeen geaccepteerd is geworden.
Hoe financiert AVV het draagvlakmodel?
AVV werkt voor alle werknemers in een sector: leden en niet-leden. De contributie bedraagt minimaal 32 euro per jaar. Daarmee maken we de drempel om lid te worden van AVV zo laag mogelijk. Op de standaard contributie geldt een aantal uitzonderingen, met name voor vliegers, van KLM, Transavia, Corendon. Daar waar AVV een (aanzienlijk) hogere contributie vraagt, passen we doorgaans ook het ledenmodel toe (dus waarbij alleen de leden over de cao stemmen). In welke sectoren/bedrijven dat precies geldt, staat vermeld in een bijlage van het vigerende cao-protocol. In de beginjaren deden we het vakbondswerk voornamelijk met de inzet van vrijwilligers. Met uitsluitend vrijwilligers kun je niet structureel een vakbond onderhouden. Daarom ontvangt AVV net als andere vakbonden subsidies uit sectorfondsen en werkgeversbijdragen (zogenaamde 'vakbondstientjes').
Voor 2024 is de verdeling van onze inkomsten:
- Contributie: 20,5%
- Subsidies uit sectorfondsen: 45,1%
- Werkgeversbijdragen (vakbondstientjes): 33,1%
- Vacatiegelden: 1,4%
Innovatie, vernieuwing en onze missie om te werken aan draagvlak voor iedereen (ook alle niet-leden in een sector) heeft gevolgen voor de financiering van onze vereniging: onze inkomsten uit contributie zijn laag in verhouding tot de andere inkomsten. Daar staat tegenover dat wij de financiering gebruiken voor iedereen in de sector. Doordat alle werknemers stemmen over een cao controleren zij of AVV voor hun belangen opkomt. Als werknemers een cao niet goed vinden stemmen ze tegen en kan AVV haar handtekening niet zetten. AVV voert zelf de stemming uit op de eigen site, maar de telling en rapportage wordt (in elk geval bij grote cao’s) extern gedaan. Hier een verdere uitsplitsing van onze inkomsten in de begroting van 2024.
Waar geven wij onze inkomsten voornamelijk aan uit?
De post personeelskosten in dezelfde begroting bedraagt €563.166 (inclusief werkgeverslasten). Er zijn op dit moment 10 mensen in dienst van AVV. Voornamelijk onderhandelaars, maar we hebben ook mensen voor communicatie, IT, een coördinator stemmingen en een jurist. Daarnaast maken wij gebruik van een serviceorganisatie voor ons secretariaat, de (leden) administratie e.d. Dat is onze tweede grote uitgavenpost. Zonder hen kunnen wij het vakbondswerk niet doen.
AVV is een vereniging. Wij hebben geen winstoogmerk. Ook hebben wij geen grote panden, uitgebreide computerparken, kunst aan de muur en lease-auto’s. Wij willen ons richten op de inhoud van het vakbondswerk, niet op randzaken.
Lees hier meer over fondssubsidies en werkgeversbijdragen.
Werken voor iedereen heeft gevolgen voor onze inkomsten. Tóch blijven wij onafhankelijk
Ons afwijkende model heeft consequenties voor onze financiering; die krijgen we in de meeste sectoren niet structureel rond met uitsluitend contributie. Daarom vormen bijdragen uit de verschillende sectoren een substantieel deel van onze inkomsten.
Dan bestaat het gevaar dat je afhankelijk bent of wordt van werkgeversbijdragen. Om dat te voorkomen hebben we een aantal maatregelen genomen. Ten eerste beogen we een ‘sociaal partnerschap’ vorm te geven. In die naamgeving zit al besloten dat je als partijen, werkgever(sorganisatie) en vakbond(en), beoogt een duurzame relatie aan te gaan. In een volwassen relatie als sociale partners kun je het stevig oneens zijn, zonder dat daarmee de relatie verdwijnt.
In grotere sectoren, met (algemeen verbindend verklaarde) sociale fondsen, geldt sowieso dat de subsidie niet direct gekoppeld is aan het meetekenen van een cao, maar aan het uitvoeren van activiteiten in de sector [3].
Ten tweede heeft AVV een continuïteitsreserve opgebouwd die in staat stelt een jaar lang alle vaste lasten te bekostigen. Dus de lonen, de huur et cetera. Medewerkers bij AVV zijn zich hiervan bewust. Hierbij zij opgemerkt dat AVV alleen werknemers in (vaste) dienst heeft voor onderhandelingen, communicatie, ict en juridische ondersteuning; hoogopgeleide professionals derhalve met goede baankansen. Alle werknemers in vaste dienst hebben daarnaast een praktijk als zzp-er of hebben langere of kortere tijd als zzp-er gewerkt [4]. Voor de ledenadministratie, de financiële administratie en het uitvoeren van de stemmingen maakt AVV gebruik van externe partijen. Met dit personeelsbeleid beoogt AVV bij te dragen aan flexibiliteit van de eigen organisatie waar krimp door het eventuele wegvallen van aan cao’s gerelateerde inkomsten makkelijk te realiseren valt. Overigens heeft AVV de afgelopen jaren een controleerbare doch gestage groei gekend. Ten derde vormt die groei zelf een waarborg voor onafhankelijkheid. Door in steeds meer bedrijven en sectoren actief te zijn, wordt het relatieve aandeel van één bedrijf of sector steeds kleiner.
Het vierde en belangrijkste punt voor onafhankelijkheid is echter, dat we een stemming laten uitvoeren onder alle werknemers die onder de cao vallen [5]. In beginsel, maar in elk geval bij sectorale stemmingen, laten we die door een onafhankelijk bureau uitvoeren, waarna we de rapportage met de stemmingsuitslag op onze site publiceren.
Waarom worden mensen lid van AVV als jullie ook voor niet-leden werken?
AVV is groeiende. Onze leden steunen AVV uit idealisme, samen dragen wij het draagvlakmodel uit. Werknemers worden ook lid van AVV omdat AVV met hen de inzet bepaalt, en geen centrale eisen vaststelt. Die passen soms niet bij de wensen van de werknemers. AVV stelt met de werknemers, bottom-Up de inzet voor een cao vast. Vind jij ook dat er dingen moeten veranderen en dat iedereen moet kunnen stemmen over zijn of haar cao? Wordt dan lid en steun ons.
[1] Dat dit inderdaad zo werkt, wordt geïllustreerd door de sector Supermarkten. FNV is daar al sinds 2013 geen cao-partij meer, maar krijgt wel in de jaren 2013-2019 gemiddeld ca een miljoen euro per jaar uit het Sociaal Fonds Supermarkten.
[2] Althans dat was het geval tot en met 2022.
[3] Met uitzondering van de sectoren of bedrijven waar we (op verzoek van de bedrijfsledengroep) afwijken van het draagvlakmodel en het ledenmodel toepassen. De reden daarvoor is dat in dergelijke sectoren of bedrijven de organisatiegraad vaak hoog is waardoor het draagvlakmodel weinig toegevoegde waarde heeft. Dergelijke besluiten staan vermeld als bijlage aan het cao-protocol en op de desbetreffende sector/bedrijfspagina.
