AVV: de democratische vakbond

Is de verhoging van de pensioenleeftijd noodzakelijk of gewenst?

Transavia

Column G. Stigter

One-issue?

Bij het ontstaan van de afdeling Transavia van AVV bestond het ledenbestand vooral uit piloten die dicht bij hun pensioen zaten en hoopten dat AVV de reparatie van het pensioen kon bewerkstelligen. Het gevolg was dat AVV door de jongere garde werd gezien als een one-issue partij. Omdat zij een verhoogde pensioenleeftijd vaak zien als een bedreiging voor hun carrière wordt dit door velen als onbespreekbaar beschouwd. De vraag is of het op de lange baan schuiven van het verhogen van de pensioenleeftijd in hun voordeel zal werken.

Op dit moment wordt de druk vanuit AF/KLM opgevoerd om de pensioenleeftijd te verhogen. Het bedrijf kampt met een tekort aan piloten en redeneert dat het geen zin heeft om te investeren in nieuwe vliegtuigen als er toch niemand is om ze te vliegen. Vooralsnog houdt de VNV, de beroepsvereniging die door het bedrijf als cao-partner is geaccepteerd, vast aan de pensioenleeftijd van 58. De vraag is of dit, met name voor de Transavia-vlieger, een goede strategie is.

De wereld verandert

Nederland vergrijst in hoog tempo. Mensen leven langer, blijven gezonder en werken gemiddeld langer door. Om het pensioenstelsel betaalbaar te houden heeft de overheid besloten de AOW-leeftijd te verhogen en één op één te koppelen aan de levensverwachting. Als de AOW-leeftijd stijgt, is het logisch dat ook sectoren en bedrijven hun pensioenregelingen aanpassen. Het kan simpelweg niet zo zijn dat werknemers stoppen met werken terwijl de samenleving nog jarenlang de kosten van hun AOW moet dragen terwijl de behoefte aan arbeidskrachten onverminderd groot is. Toch lijkt de discussie vaak te draaien om het idee dat de luchtvaart een uitzondering zou moeten zijn. Natuurlijk is werken in de luchtvaartsector intensief. Onregelmatige werktijden, verantwoordelijkheid voor veiligheid en internationale roosters maken het werk zwaar. Maar dat geldt ook voor talloze andere beroepen. Denk aan zorgpersoneel, politieagenten of mensen in de bouw. Ook zij hebben te maken met fysiek en/of mentaal belastend werk, en ook zij moeten langer doorwerken nu de AOW-leeftijd stijgt. De fysieke en mentale belasting in de luchtvaart moet ook niet worden overdreven. Gezien de goede salarissen in de luchtvaart wordt er door oudere piloten vaak in deeltijd gewerkt, al dan niet gefaciliteerd via de cao. Hierdoor wordt de belasting op een beheersbaar niveau gehouden. Zwaar werk is dus niet de belangrijkste reden om de pensioenleeftijd laag te houden. Eerder is het carrièreperspectief van de jongere (KLM-)vlieger aanleiding om verhoging van de pensioenleeftijd tegen te houden. Daar waar oudere KLM- en Transavia-vliegers via procedures hebben geprobeerd de pensioenregelingen aan te passen naar een hogere leeftijd, is dit steeds gestrand op het argument van doorstroming. Dit geeft duidelijk aan dat de belangen van de jongeren zwaarder wegen. Maar is het verhogen van de pensioenleeftijd niet juist in hun belang?

Het gat tussen pensioen en AOW

Het echte probleem ontstaat wanneer sectoren hun pensioenleeftijd niet aanpassen aan de AOW-leeftijd. Dan ontstaat er een financieel gat: werknemers stoppen met werken, maar ontvangen nog geen AOW. Dat gat moet worden opgevuld met extra pensioenpremies of overgangsregelingen. In de praktijk betekent dit dat de kosten worden doorgeschoven naar werkgevers, pensioenfondsen of naar de werknemers. Bij Transavia is er geen overgangsregeling die de jaren tussen de leeftijd van 58 en de AOW-leeftijd opvangt. Dat betekent dat de werknemer dit zelf moet regelen of het pensioen al op 58 moet laten ingaan, met een lagere uitkering tot gevolg. Het vasthouden aan oude afspraken kan sympathiek lijken, maar het schuift de financiële realiteit vooruit. Van internationaal opererende luchtvaartmaatschappijen als KLM en Transavia zou juist het tegenovergestelde verwacht mogen worden: een organisatie die zich aanpast aan nieuwe economische omstandigheden en haar arbeidsvoorwaarden toekomstbestendig maakt. Dat betekent niet dat er geen ruimte is voor nuance. Voor zwaar werk kunnen overgangsregelingen, aangepaste functies of flexibele pensioenopties worden overwogen. Maar dat is iets anders dan het principieel vasthouden aan een lagere pensioenleeftijd.

Voordelen

Het verhogen van de pensioenleeftijd bij een stijgende AOW-leeftijd heeft verschillende voordelen, zowel voor werknemers, werkgevers als voor het pensioenstelsel als geheel in Nederland.

1. Voorkomen van een financieel AOW-gat
Wanneer de pensioenleeftijd bij een werkgever lager ligt dan de AOW-leeftijd, ontstaat er een periode waarin iemand wel stopt met werken maar nog geen recht heeft op AOW. Dat kan leiden tot een inkomensgat van soms meerdere jaren. Voor de jongere Transavia-vlieger zal dit gat oplopen tot meer dan 10 jaar. Door de pensioenleeftijd dichterbij of gelijk aan de AOW-leeftijd te leggen, wordt dit gat voorkomen en blijft het inkomen stabieler tot het moment waarop de AOW-uitkering start.

2. Betaalbaarheid van pensioenregelingen
Als mensen eerder stoppen met werken terwijl ze langer leven, moeten pensioenfondsen langer uitkeren. Dat maakt pensioenregelingen duurder. Door de pensioenleeftijd te verhogen betalen werknemers langer premie en wordt het pensioen over minder jaren uitgekeerd. Dit helpt pensioenregelingen financieel gezond te houden. Door langer door te werken gaat dus ook de premiedruk omlaag. Er hoeft minder pensioenpremie te worden betaald om hetzelfde pensioen te financieren. Dat kan helpen om de premies voor zowel werknemers als werkgevers beheersbaar te houden.

3. Aansluiting op maatschappelijke ontwikkelingen
De levensverwachting stijgt al decennia. De verhoging van de AOW-leeftijd is bedoeld om het pensioenstelsel aan te passen aan deze ontwikkeling. Als bedrijfspensioenleeftijden niet meestijgen, ontstaat er een mismatch tussen het moment waarop mensen stoppen met werken en het moment waarop de overheid AOW uitkeert. Daarnaast is er vanuit de maatschappij behoefte aan meer arbeidsparticipatie en economische stabiliteit. Wanneer mensen langer actief blijven op de arbeidsmarkt blijft kennis en ervaring langer beschikbaar, krimpt de beroepsbevolking minder snel en worden de kosten van vergrijzing beter verdeeld. Dit helpt om de economie stabiel te houden in een vergrijzende samenleving.

Nadelen

Tegenstanders van het verhogen van de pensioenleeftijd voeren verschillende argumenten aan. Deze gaan vooral over gezondheid, eerlijkheid en arbeidsmarktrealiteit.

1. Niet iedereen kan fysiek langer doorwerken
Een van de meest gehoorde argumenten is dat de verhoging van de pensioenleeftijd uitgaat van een gemiddelde werknemer, terwijl beroepen sterk verschillen. In fysiek of mentaal zware beroepen – zoals in de zorg, bouw of luchtvaart – kan het moeilijk zijn om tot een hogere leeftijd door te werken. In het geval van de luchtvaart wordt bijvoorbeeld vaak aangevoerd dat vliegers en cabinepersoneel te maken hebben met onregelmatige diensten, jetlag en grote veiligheidsverantwoordelijkheid. Critici vinden daarom dat een uniforme hogere pensioenleeftijd onvoldoende rekening houdt met zulke werkomstandigheden. Dit argument is alleen niet uniek voor de luchtvaart, zoals al eerder aangetoond.

2. Verschillen in levensverwachting
Niet iedereen profiteert evenveel van een langere levensverwachting. Mensen met lagere inkomens of zwaardere beroepen leven gemiddeld korter en hebben vaker gezondheidsproblemen op latere leeftijd. Tegenstanders stellen daarom dat een hogere pensioenleeftijd deze groepen relatief harder treft: zij moeten langer werken maar genieten gemiddeld korter van hun pensioen.

3. Minder ruimte voor jongere werknemers
Sommige critici vrezen dat wanneer oudere werknemers langer blijven werken, er minder banen vrijkomen voor jongeren. Economisch onderzoek laat vaak zien dat dit effect beperkt is, maar het argument speelt nog steeds een rol in maatschappelijke discussies over pensioenleeftijden.

4. Verlies van vertrouwen in pensioenafspraken
Veel werknemers hebben hun loopbaan gepland op basis van eerdere pensioenleeftijden. Iets wat met name van toepassing is op de luchtvaart in het algemeen en KLM/Transavia in het bijzonder. Wanneer deze regels veranderen, kan dat voelen alsof afspraken tijdens het spel worden aangepast. Dit kan leiden tot frustratie bij werknemers, spanningen in cao-onderhandelingen en weerstand tegen hervormingen. Het moge duidelijk zijn dat dit reeds het geval is bij KLM en Transavia.

5. Veiligheids- en prestatierisico’s in bepaalde sectoren
In sectoren waar alertheid en fysieke fitheid cruciaal zijn, kan een hogere pensioenleeftijd ook worden gezien als een veiligheidsvraagstuk. In de luchtvaart bijvoorbeeld wordt soms aangevoerd dat het werk hoge concentratie en snelle besluitvorming vereist. Tegenstanders van verhoging vrezen dat oudere werknemers meer moeite kunnen krijgen met de intensiteit van het werk. De praktijk bij andere luchtvaartmaatschappijen en in de omringende landen met een pensioenleeftijd die op 65 ligt en de voorstellen die er zijn om deze zelfs te verhogen naar 67 laat zien dat dit geen sterk argument is.

Wat levert een verhoogde pensioenleeftijd op?

Als je pensioenleeftijd wordt verhoogd (bijvoorbeeld omdat deze meer wordt afgestemd op de AOW-leeftijd in Nederland), kan dat verschillende effecten hebben op je uiteindelijke pensioen. In veel gevallen heeft het eerder een positief of neutraliserend effect op de hoogte van je pensioen, maar het hangt af van de regeling.

1. Je bouwt langer pensioen op
Wanneer je langer blijft werken, blijf je meestal ook langer pensioenpremie betalen en pensioen opbouwen via je pensioenfonds of werkgever. Dat betekent meer opbouwjaren en dus een hoger totaal pensioenbedrag.

2. Het pensioen hoeft over minder jaren te worden uitgekeerd
Als je later met pensioen gaat, wordt het pensioen over een kortere periode uitgekeerd (omdat je later start). Daardoor kan het maandelijkse pensioen hoger uitvallen dan wanneer je eerder zou stoppen.

3. Het voorkomt een inkomensgat vóór AOW
Als je eerder stopt met werken dan de AOW-leeftijd, moet je de periode tot je AOW zelf overbruggen. Door je pensioenleeftijd te verhogen tot ongeveer de AOW-leeftijd voorkom je dat gat.

4. Minder noodzaak om extra te sparen
Wanneer je pensioenleeftijd wordt verhoogd en je langer blijft werken, hoef je vaak minder extra spaargeld te gebruiken om je pensioenperiode te financieren.

5. Mogelijk minder flexibiliteit
Een nadeel kan zijn dat je minder keuze hebt om eerder te stoppen met werken zonder financiële gevolgen. Als je toch eerder met pensioen gaat, wordt je pensioen meestal lager omdat je minder jaren hebt opgebouwd en het pensioen over meer jaren moet worden verdeeld.

Rekenvoorbeelden

Om te laten zien wat het effect kan zijn, helpt een simpel voorbeeld. Stel dat je pensioen opbouwt via een werkgever en dat je AOW ontvangt van de overheid in Nederland. Stel je salaris is €60.000 per jaar, je pensioenopbouw ongeveer 1,875% per jaar (veelgebruikte opbouw in Nederlandse pensioenregelingen) en je werkt 40 jaar tot pensioen, dan bouw je ongeveer op 40 × 1,875% = 75% van je pensioengrondslag. Dat betekent dat je pensioen ongeveer 75% van je gemiddelde salaris kan zijn (naast AOW). Stel je stopt op 65 en ontvangt daarna pensioen. Dan heb je 40 jaar opgebouwd, is het pensioenpercentage 75% en het pensioen moet misschien 25–30 jaar worden uitgekeerd. Het pensioenfonds moet dus relatief lang uitkeren.

Stel dat de pensioenleeftijd stijgt met 2 jaar. Dan gebeuren er twee dingen: Je bouwt 2 jaar extra pensioen op. De nieuwe opbouw is 42 × 1,875% ≈ 78,75%, dus je pensioen wordt hoger. Daarnaast wordt het pensioen over minder jaren verdeeld. Dus als je later begint met pensioen start de uitkering later en bouw je dus meer pensioen op en het pensioen hoeft minder lang te worden betaald. Daardoor kan het maandbedrag stijgen. Pensioenfondsen rekenen vaak dat 1 jaar later met pensioen ongeveer 6–8% extra pensioen kan opleveren en dat 2 jaar langer werken het pensioen met ongeveer 8–15% kan verhogen.

Specifiek Transavia

Bovenstaande voorbeeldberekeningen gaan van een andere situatie uit dan die er bestaat bij Transavia. Uitgaande van de aanname dat een piloot bij Transavia 100% werkt tot 50 jaar, daarna gaat deeltijden (niet zijnde afbouw) en 75% werkt tot 58 jaar en daarna 50% tot 65 jaar kan er een berekening worden gemaakt. Daaruit blijkt het volgende:

Een vlieger die op 20 jaar in dienst komt en na 7 jaar gezagvoerder wordt heeft 100,5% van het inkomen ten opzichte van de bestaande situatie. De inleg in het pensioen is 20% hoger ten opzichte van de huidige situatie, door de 7 jaar langere premie-inleg. Als dezelfde vlieger pas na 14 jaar promoveert is het inkomen 97,5% van huidig, echter de inleg in het pensioen is wederom zo’n 20% hoger. Als deze persoon na 11 jaar gezagvoerder wordt zijn de getallen 98,8% en wederom zo’n 20%.

Een vlieger die op 30 jaar in dienst komt en na 7 jaar gezagvoerder wordt heeft 97% van het inkomen ten opzichte van de bestaande situatie. De inleg in het pensioen is 18% hoger ten opzichte van de huidige situatie. Als dezelfde vlieger pas na 14 jaar promoveert is het inkomen 92% van huidig, echter de inleg in het pensioen is wederom zo’n 18% hoger. Als deze persoon na 11 jaar gezagvoerder wordt zijn de getallen 98,3% en wederom zo’n 18%.

Uit bovenstaande blijkt dat zelfs in het geval van deeltijd de pensioenpot aanzienlijk groter wordt. Daarnaast zal een hogere pensioenleeftijd ook tot gevolg hebben dat het percentage waarmee je het pensioen mag opbouwen (opbouwpercentage) zal toenemen. Hierdoor zal er nog meer pensioen opgebouwd kunnen worden dan nu het geval is. Al met al goede argumenten om serieus te kijken naar de pensioenleeftijd, zeker omdat in de toekomst verdere aanpassingen aan de AOW niet zijn uitgesloten. Het lijkt dus contra productief om een verhoging van de pensioenleeftijd te blokkeren. Er zijn meer argumenten voor dan tegen. Het hoofd in het zand steken kan op de lange termijn wel eens een gevaarlijke strategie zijn.

24 maart 2026

© 2017 AVV - PrivacyDisclaimer

Verenigingenweb
Cancel